Evolutie (deel 2): de taal van Darwin

Als ik terugdenk aan de lessen die ik door de jaren heen over evolutie heb gegeven, dan komt daar vrijwel zonder uitzondering een paradoxaal verschijnsel in voor. Ondanks de eenvoud en de elegantie van Darwin’s gedachtenwereld, maken de leerlingen, als zij de theorie reproduceren, vaak dezelfde fout. Om dat uit te kunnen uitleggen, zet ik eerst de onderdelen van Darwin’s theorie op een rijtje:

• Organismen planten zich voort
• Onder de nakomelingen komen (erfelijke) variaties voor
• In de strijd om het bestaan (the struggle for life) overleven alleen de best aangepasten, die zich voortplanten (survival of the fittest)
• Door deze natural selection zullen op den duur, versterkt door geografische isolatie, nieuwe soorten ontstaan (the origin of species).

Centraal in Darwin’s theorie staat de steeds wisselende omgeving. Die is de drijvende kracht achter de evolutie, die zorgt voor de natural selection waardoor alleen de best aangepasten overleven. Maar veel leerlingen (en ik vermoed ook veel volwassenen) formuleren instinctief de theorie van Darwin op een essentieel onderdeel anders. Op allerlei manieren spreken ze erover dat het de organismen zijn die zich actief aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Dat het niet het ‘blinde’ milieu is, dat de slecht aangepasten eruit pakt en ‘verwijdert’. Wat doe je met een fout die zo consequent terugkeert? Tja … fout rekenen, want Darwin is Darwin. Maar de hardnekkigheid waarmee de fout terugkeert, heeft me wel aan het denken gezet. Er wordt nog wel eens negatief gedaan over de oordelen van ‘die pubers’. Maar ik heb ze leren waarderen, omdat erin vaak nog pure, niet door teveel kennis ingesponnen gevoelens in doorklinken. Daardoor zijn die oordelen vaak ongepolijst en eerlijk, en raken lagen die bij veel volwassenen zijn afgesloten.

Ik zal nu proberen, hoe hoogmoedig dat misschien ook overkomt, om, binnen de kaders van het Darwinistische denken, een setje begrippen te introduceren dat in mijn beleving beter aansluit bij wat de leerlingen met hun ‘fout’ eigenlijk willen zeggen. Ik postuleer begrippen die niet gebaseerd zijn op een evolutie die door het ‘toevallige’ milieu wordt gestuurd, maar door de levende wezens zélf:

Variatie: tijdens de vorming van voortplantingscellen, tijdens de bevruchting en door het ontstaan van mutaties, creëert elk organisme een potentieel aan nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden
Interactie: organismen exposeren dat potentieel actief aan de wisselende milieuomstandigheden
Differentiatie: door voorgaande ontstaat een differentiatieproces, waarbij bepaalde eigenschappen naar voren schuiven en anderen naar achteren
Soortsvorming (speciatie) : door de tijd heen veranderen organismen zó sterk dat ze niet meer met de oorspronkelijke organismen kunnen kruisen. Een nieuwe soort (species) ontstaat.

Misschien denk je: wat een geneuzel om woorden! Maar woorden en begrippen geven feiten richting en kleur. We weten het allemaal: een half met water gevuld glas is voor de ene persoon ‘halfvol’ en voor de andere ‘halfleeg’. Ik durf te beweren dat de leerlingen deze alternatieve begrippen wél direct correct kunnen reproduceren. Waarom? Omdat dit begrippenkader tegemoetkomt aan het diepbeleefde gevoel dat het in de evolutie niet gaat om het ellebogenwerk zoals dat in uitdrukkingen als survival of the fittest en the struggle for life besloten ligt; dat ieder levend wezen niet toeschouwer is van de evolutie, maar schouwtoneel.

3 gedachtes over “Evolutie (deel 2): de taal van Darwin

  1. Shreeniwas

    Op Youtube is een discussie te zien over Darwin tussen de twee grote biologen Edward O. Wilson (met ook een interessante biografie) en James Watson (zijn controversiële uitspraken haalden vorig jaar nog de kranten) (klik hier). Ook een tekst uit Focus Magazine is de moeite waard (klik hier)

    Like

  2. Heleen

    Alleen is de ‘leerlingversie’ zo te zien niet de theorie van Darwin. Het is niet duidelijk of hier natuurlijke selectie beschreven wordt of een of andere vorm van erfelijkheid van verworven eigenschappen, zonder selectie.

    Like

  3. sander

    Ik vind dit wel een interessante gedachte! Dus als ik het goed begrijp, met een – ok, wel wat simplistisch – voorbeeld: individuen met langere nekken trokken naar milieus met hogere bomen. Ten aanzien van de mensheid: de moedige en avonturistisch ingestelde mens trok naar Amerika. Daar ontstond een mens met een duidelijk andere cultuur. De vraag is of dit in de loop van de tijd tot soortsvorming zou hebben kunnen leiden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s